Vragen over optopping en woningsplitsing in Zwolle

Hoe bewaakt de gemeente de belangen van huurders en omwonenden bij het toevoegen van woningen aan bestaande gebouwen? Swollwacht heeft hierover schriftelijke vragen gesteld aan het College.

Aanleiding zijn de plannen voor de optopping aan De Vroomemarke/Te Winkelmarke en de beantwoording van eerdere schriftelijke en technische vragen. Daaruit blijkt dat er nog onduidelijkheid bestaat over verschillende onderdelen van het project. Voor Swollwacht is dit reden om het College om verdere uitleg te vragen en ook te kijken naar de aanpak van toekomstige projecten in Zwolle.
Schriftelijke vragen
Wij hebben de volgende vragen schriftelijk ingediend:
In de beantwoording van de schriftelijke vragen staat dat de vergunningaanvragen en de BOPA-aanvraag pas kunnen worden ingediend nadat het participatietraject is afgerond.
Wanneer wordt het participatietraject afgerond en wanneer wordt de BOPA-aanvraag verwacht?
Hoe gaat het College beoordelen of de participatie voldoende zorgvuldig is doorlopen en de inbreng van inwoners goed is verwerkt en meegewogen?
Welke mogelijkheden hebben inwoners om vóór en na indiening van de BOPA-aanvraag invloed uit te oefenen? Welke rechtsbescherming hebben zij, welke termijnen gelden en hoe worden zij hierover tijdig geïnformeerd?
Hoe verklaart het College het verschil tussen de door de politie vastgestelde grote parkeerdruk en het parkeeronderzoek van SWZ? Wordt medegebruik door bewoners van Te Winkelmarke meegenomen bij de BOPA-beoordeling?
Zijn voor de optopping verzwaring of extra netcapaciteit nodig? Is dit met de netbeheerder afgestemd?
Zo ja, is hiervoor capaciteit aangevraagd en toegekend? Zo niet, wat betekent dit voor de planning en uitvoerbaarheid?
Hoe bewaakt het College bij optoppings- en splitsingsprojecten de kwaliteit van de participatie en de belangen van bestaande bewoners en omwonenden?
Hoeveel projecten voor optopping, woningsplitsing en andere vormen van ‘benutten bestaande bouw’ lopen momenteel in Zwolle? Graag een overzicht per type en projectfase. Hoe houdt het College deze projecten bij en hoe bewaakt het de kwaliteit van de participatie?
In de beantwoording van de technische vragen geeft het College aan niet te beschikken over de onderliggende stukken en afwegingen van SWZ en onvoldoende zicht te hebben op de stemprocedure, informatievoorziening en samenhang tussen de lift en de optopping. Hoe rijmt het College deze informatiepositie met zijn verantwoordelijkheid richting inwoners?
Welke informatie moet het College zelf hebben en wanneer grijpt het college in als het proces niet goed verloopt? Welke werkwijze hanteert het College hiervoor?
Welke afspraken maakt het College met initiatiefnemers/ontwikkelaar over participatie, informatievoorziening en rechtsbescherming bij projecten onder ‘benutten bestaande bouw’?
Wanneer kwalificeren werkzaamheden bij optopping of splitsing als renovatie? Hoe zijn de werkzaamheden bij De Vroomemarke/Te Winkelmarke gekwalificeerd en waarom?
Welke rechtsbescherming hebben huurders hierdoor, waaronder een redelijk renovatievoorstel, de 70%-regeling, rechterlijke toetsing en eventuele verhuiskostenvergoeding?
Welke rol neemt het College om te voorkomen dat huurders door een onjuiste kwalificatie of het opknippen van werkzaamheden rechtsbescherming mislopen?
Klopt het dat aan de optopping De Vroomemarke/Te Winkelmarke een vergoeding van € 500 is gekoppeld? Welke voorwaarden gelden?
Vindt het College een eenmalige vergoeding van € 500 in verhouding staan tot de mogelijk langdurige overlast en gevolgen voor het woongenot van huurders? Acht het College deze werkwijze wenselijk bij toekomstige projecten?
Kunnen de tweede lift en de optopping onafhankelijk van elkaar worden uitgevoerd? Zo niet, waarom worden zij afzonderlijk ter instemming voorgelegd? Hoe wordt voorkomen dat instemming met het ene onderdeel wordt uitgelegd als instemming met het andere?
Hoe beoordeelt het College de afzonderlijke stemming en het uitblijven van 70% instemming? Welke rol neemt het College als SWZ toch wil doorzetten, en is een nieuwe stemming nodig als beide onderdelen één samenhangend project blijken?
Hoe beoordeelt het College deze afzonderlijke stemming? Kunnen huurders zo het totale plan en de gevolgen voldoende overzien? Hoe bewaakt het College dat de participatie bij dergelijke woningbouwprojecten zorgvuldig verloopt?
Waar kunnen inwoners terecht als zij twijfels hebben over de gevolgde procedures of participatie bij optoppings- en splitsingsprojecten? Welke verantwoordelijkheid neemt de gemeente bij het onderzoeken en opvolgen van deze signalen?
Welke lessen trekt het college uit de werkwijze in de optopping aan De Vroomemarke/Te Winkelmarke voor toekomstige optoppings- en splitsingsprojecten in Zwolle?
Met deze vragen willen wij inzicht krijgen in de manier waarop het College zijn rol invult bij dit soort woningbouwprojecten. De antwoorden moeten duidelijk maken welke werkwijze de gemeente hanteert en hoe zij haar verantwoordelijkheid richting inwoners invult.




Opmerkingen